Digitaal verslag bijeenkomst 1 september 2015

Vervolgstappen uit het ZonMw-programma Op één lijn

Voortzetting en versterking van de zorg en ondersteuning dicht bij huis

Vervolgstappen uit het ZonMw-programma Op één lijn

Voortzetting en versterking van de zorg en ondersteuning dicht bij huis

Hoe kunnen we de eerstelijnszorg verder versterken? Welke zinvolle vervolgstappen zijn gewenst, wie pakt dit op en onder welke voorwaarden?

Impressiebeeld deelnemers bijeenkomst tijdens de inloop van de bijeenkomst

Opening door dagvoorzitter Hans Simons

Met deze bijeenkomst sluiten we het programma Op één lijn af. Daarnaast willen we de opgedane expertise, innovatie en doorontwikkeling van de eerste lijn in kaart brengen. Het programma heeft veel praktijkprojecten en (evaluatie)onderzoek opgeleverd. We hebben meer zicht gekregen op wat helpt en op factoren die de eerste lijn versterken. De vraag is: hoe staat het nu met het vervolg? Kan dit programma een interessante vliegwielfunctie vervullen? Historisch gezien is de kans op verdere ontwikkeling van de eerste lijn nog nooit zo groot geweest!

Portretfoto Hans Simons
Hans Simons, voorzitter programmacommissie Op één lijn

4 Thema's

Er komen 4 thema’s aan bod. Per thema houden 3 mensen een pitch over het onderwerp. Daarna volgt een discussie met de zaal over het wie, wat en hoe.

De thema’s zijn:

  1. Duurzame implementatiestructuur
    Hoe komen we tot een duurzame implementatiestructuur voor de eerste lijn? 

  2. Onderzoek of businesscase?
    Is het wenselijk, noodzakelijk en mogelijk te onderzoeken of nieuwe organisatiestructuren en samenwerkingsverbanden een bijdrage leveren aan verbeteren gezondheid, verlagen kosten en verhogen kwaliteit van zorg?

  3. Individueel zorgplan
    Hoe kan het individueel zorgplan (IZP) een bijdrage leveren aan de kanteling in  denken van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag? 

  4. Bekostiging
    Welke financiële prikkels leiden tot gewenste substitutie in de zorg en dragen bij aan  integratie tussen de domeinen?

Thema 1: duurzame implementatiestructuur

Impressiefoto van de deelnemers in de zaal tijdens het eerste thema

Hoe komen we tot een duurzame implementatiestructuur voor de eerste lijn? Ook na afloop van het programma Op één lijn moeten goede voorbeelden van samenwerking in de eerste lijn verzameld, gebundeld en beschikbaar worden gesteld. Het gaat hierbij ook om tools en ICT-toepassingen die ontwikkeld zijn. Moet dit landelijk of regionaal worden opgepakt? Welke partijen kunnen dit doen? Op welke digitale vindplaats?

Portretfoto Miranda Pieterse

Miranda Pieterse (ZonMw)

 

ZonMw heeft gezocht naar een manier om goede praktijkvoorbeelden en kennis versneld te verspreiden. Dat kan via kennisvouchers, op een laagdrempelige manier en met weinig verantwoording achteraf. Deze vouchers zijn gekoppeld aan 20 goede voorbeelden. Organisaties kunnen met de voucher een projectleider of andere adviseur inhuren.

ZonMw heeft 120 aanvragen voor kennisvouchers gekregen van diverse zorg- en welzijnsorganisaties. Er zijn 55 aanvragen gehonoreerd. Omdat gebleken is dat er behoefte aan is, hoopt ZonMw meer geld te kunnen vrijmaken voor de inzet van deze kennisvouchers.

Frederik Vogelzang (InEen)

Maak gebruik van wat er al is. Ga daarbij uit van het 5i-model van InEen: inventariseren, informeren, interpreteren, implementeren en invloed uitoefenen.

Benut de creativiteit van zorgverleners en zorgorganisaties en verzamel de mooie voorbeelden van projecten in de eerste lijn. Gebruik bestaande vindplaatsen, haal werkzame onderdelen uit lopende projecten, zorg voor intervisie, coaching en training. Zorg dat het geen wedstrijd tussen websites wordt.

Gebruik bestaande netwerken en infrastructuur om de juiste randvoorwaarden te creëren. Dan gaat de vernieuwing stromen.

Portretfoto Frederik Vogelzang
Portretfoto Arie Jongejan

Arie Jongejan (ROS-netwerk)

 

De huidige werkelijkheid lijkt op een zandlopermodel.

Aan de ene kant hebben we de landelijke kennisinstituten, ZonMw en beroeps- en brancheorganisaties met kennis over de eerste lijn.

Aan de andere kant zien we ROS’en, zorgaanbieders, zorginkopers, bedrijfsleven en onderwijs die deze kennis in de regio’s implementeren.

Het zijn 2 gescheiden werelden, terwijl deze elkaar veel te bieden hebben.

Arie Jongejan - vervolg

 

Ik doe een oproep om de doorgang tussen beide werelden te verbreden.

We zien te veel topdown gebeuren. Als het project stopt, omdat het geld op is, is er veelal geen vervolg of borging. Iedereen heeft nu zijn eigen informatiekanalen, websites en nieuwsbrieven.

Mijn voorstel is om een projectgroep in opdracht van ZonMw een advies te laten opstellen over hoe er verbinding tot stand komt tussen beide werelden. Snoeien doet bloeien.

Reacties op pitches uit de zaal 

Stannie Driessen (Vilans):

Partijen moeten zich gezamenlijk hard maken om kennis te verzamelen, te bundelen en te verspreiden en ook naar elkaar verwijzen. Op deze manier word je via Google goed gevonden.

Anique Jansen (Zilveren Kruis Achmea)

In veel projecten is de financiële borging als het project is afgelopen onvoldoende. Bespreek dit op tijd.

Portretfoto van Stannie Driessen terwijl ze reageert op de ptich

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Jan Joost Meijs (gezondheidscentrum De Roerdomp te Nieuwegein)

Kennisvouchers zijn goed, maar het loont niet om te innoveren. We moeten zorgen voor een duurzame beloning, en een duurzame contractering. Dan gaat de implementatie vanzelf lopen.

 Jelle Boomgaardt (De Friesland)

'Shared savings' moeten boven tafel komen, dan komen we een stap verder. Innovatie hoort ook in eigen systeem en proces te zitten.

Ariane Hamming (Stichting ter bevordering inloopcentra)

Stimuleer ambassadeurs van projecten die goed liepen en stel een vergoeding beschikbaar voor de ontvangers.

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Arno Hammers (secretaris VELO - beste zorg in de buurt)

Liever geen ingewikkelde subsidietrajecten, maar zorg dat zorgverleners intrinsiek gemotiveerd raken en blijven. Maak de meerwaarde voor de professional duidelijk.

Niek de Wit (Leidsche Rijn Julius gezondheidscentra)

Een agenda ontbreekt, op welke onderwerpen willen we innoveren? Bovenaan staat wat mij betreft: chronische ziekten, ggz-zorg.

Ivo Smeele (NHG)

Onze beroepsgroep moet ook een agenda maken. De keuze van onderwerpen moet wel onderbouwd zijn; ze moeten echt bijdragen aan betere zorg en een betere gezondheidstoestand van patiënten.

Thema 2: onderzoek of businesscase?

Impressiefoto van de discussie met de zaal tijdens het tweede thema

Is het wenselijk, noodzakelijk en mogelijk te onderzoeken of nieuwe organisatiestructuren en samenwerkingsverbanden een bijdrage leveren aan triple aim: het verbeteren van de ervaringen van individuele patiënten in de zorg, het verbeteren van de gezondheid (volgens de nieuwe definitie van gezondheid van Machteld Huber) en het verlagen van de zorgkosten. Businessmodel en businesscase-tool voor eerstelijnsvoorzieningen dragen in voldoende mate bij aan de onderbouwing van de economische meerwaarde van vernieuwingen. Wetenschappelijk onderzoek werkt vertragend en draagt zelfs bij aan het tegenhouden van vernieuwingen. Of is toch nog meer onderzoek nodig? Zo ja, welk onderzoek moet dan prioriteit krijgen? Hoe kunnen we dit succesvol uitvoeren? Welke eisen moeten we stellen aan het onderzoek (bijvoorbeeld gebruik dataverzameling, participatie burger)?

Portretfoto Jan Willem Mulder

Jan Willem Mulder (NPCF)

 

Wij vinden individuele patiëntervaringen belangrijk. Het is cruciaal dat patiënten wat merken van de inspanningen van de eerste lijn.

Doen we de juiste dingen goed? Dat moeten we vooraf én achteraf vragen aan zorgvragers, op een manier die past bij innovaties en projecten rond samenwerking.

Dat kan goed met kwalitatieve methoden, zij leveren goed bewijs. Het gaat niet om een goed cijfer, maar om een goed idee waarmee zorgverleners snel aan de slag kunnen en dat niet belemmerd wordt door een onderzoek of onderzoeksstandaard.

Jan Willem Mulder - vervolg

 

Vragen naar de behoeften van patiënten en naar wat ze merken van alle veranderingen, geeft de beste informatie die we direct kunnen terugkoppelen naar zorgverleners.

Dit is maatwerk en bevordert een goede aansluiting tussen zorgvraag en zorgaanbod. Het geeft meer een rijkdom aan informatie dan alleen de economische meerwaarde van een innovatie onderzoeken.

Marian Schoone (TNO)

 

Ondernemerschap in de zorg kan alleen als je niet gehinderd wordt door allerlei regels. Bij ondernemen hoort verantwoord risico’s nemen. Dat betekent dat je op grond van de beschikbare kennis voor- en nadelen in kaart brengt.

Stel een businessmodel en businesscase op, en een educated guess, een beredeneerde schatting. Zo kun je snel starten.

Leer van je ervaringen, bespreek deze met iedereen, ook met de onderliggende laag in de organisatie.

Ik pleit voor een lerende evaluatie. Dit doen echte ondernemers ook allemaal.

Portretfoto Marian Schoone
Portretfoto Pim Assendelft

Pim Assendelft (Radboudumc)

 

Innovatie zonder evaluatie is niet verstandig. Het is belangrijk om succesbepalende factoren te monitoren. We kunnen alleen leren als we op een valide mannier goed vastleggen wat we doen.

Dat is lastig, maar er zijn al veel data beschikbaar. We kunnen daar een basisset van kenmerken over een project aan toevoegen om te beoordelen wat werkt, wat niet en waarom dat zo is. Dat kunnen we op grote schaal over diverse projecten heen doen.

Pim Assendelft - vervolg

 

Dat dit zo kan bewijst het onderzoek van het RIVM naar de proeftuinen, aangewezen door VWS. In dit onderzoek zijn zowel het proces als de uitkomsten gemonitord. Zo kunnen we achter doorbraken komen.

We moeten wel investeren in goede begeleiding. Het is niet verstandig om zonder begeleidend onderzoek aan de slag te gaan. Goedkoop kan dan namelijk duurkoop blijken.

Naast dit type onderzoek is ook kwalitatief onderzoek nodig om te begrijpen wat er gebeurd is, net als een businesscase om zorgverzekeraars en collega’s te overtuigen en mee te krijgen.

Reacties op pitches uit de zaal 

 

Els Eijssens (Els Eijssens Advies) en Jacqueline Konings (Interakt) hebben in opdracht van ZonMw onderzocht welke projecten implementatiepotentie hebben. Zij noemen 4 thema's voor een landelijke agenda:

  1. kwetsbare ouderen
  2. welzijn op recept
  3. gezond gewicht voor kinderen
  4. mantelzorg 

Hun advies: begin hiermee, er is goed voorwerk gedaan.


Is het een idee om een breed gedragen onderzoeksportefeuille op te stellen?

Portretfoto van Els Eijssens terwijl zij reageert op de pitch

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Dinny de Bakker (Nivel/Tranzo)

Dit is lastig. Uit onderzoek naar samenwerking in de eerste lijn blijkt dat 50% effect heeft. Maar we weten niet wat nu precies voorspelt of een project succesvol is of niet. Daar moeten we nog meer onderzoek naar doen.

Jurriaan Pröpper (OptiMedis)

Tegen onderzoekers wil ik zeggen: Help ons met uitkomsten. Aan objectieve gemeten uitkomstmaten van gezondheidswinst, en aan aan subjectieve ervaren uitkomsten. Informatie over vermindering van ziekenhuisheropnames bijvoorbeeld hebben we, maar niet over hoe het echt met patiënten gaat.

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Marij van Eijndhoven (Zorginstituut Nederland)

Met de transities voeren we op dit moment een natuurlijk experiment uit in Nederland. De eerste lijn staat centraal en krijgt meer verantwoordelijkheid voor groepen kwetsbare mensen die langer zelfstandig thuis wonen. Om te voorkomen dat er gaten vallen in de continuiteit van zorg voor kwetsbare mensen moeten er nieuwe vormen van samenwerking en nieuw zorgaanbod ontwikkeld worden. Ik ben van mening dat de evalutie van de effecten van transities en de ontwikkeling van nieuwe intitiatieven binnen de eerstelijnszorg op de nieuwe onderzoeksagenda een centrale plaats moeten hebben.

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Pim Assendelft (Radboudumc)

Indicatoren zijn een barometer en moeten weer zo worden gebruikt. We hebben hulp nodig om een indicator echt een indicator te laten zijn.

Jan Willem Mulder (NPCF)

De zorg zit niet te wachten op een agenda, maar vooral op het wegnemen van de belemmeringen, waardoor de mogelijkheden niet goed uit de verf komen en de patiënt er onvoldoende van profiteert. Opbrengsten worden niet goed verdeeld. Zorg daar voor een doorbraak.

Thema 3: individueel zorgplan

Impressiefoto van de discussie met de zaal tijdens het derde thema

Kan het individueel zorgplan (IZP) bijdragen aan de kanteling in denken van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag? Deze omslag is nodig omdat er steeds meer medische mogelijkheden zijn en kennis daarover bij het publiek, en omdat de zorgvraag groeit. Ook de stijgende zorgkosten en het tekort aan personeel maken deze kanteling noodzakelijk. Het betekent meer investeren in preventie (ook voor chronisch zieken), welzijn, werk en wonen; en zo dicht mogelijk bij mensen thuis en in de wijk. Het IZP draagt bij aan het nadenken en initiëren van nieuwe werkvormen in de eerste lijn. Maar een aantal randvoorwaarden ontbreekt en de betrokken professionals en cliënten hebben onvoldoende competenties.

Portretfoto Jan Benedictus

Jan Benedictus (NPCF)

 

IZP? Voor zover nog een vraag: ja, natuurlijk! 

Het IZP past in de filosofie van Ziekte en Zorg (ZZ) naar Gezondheid en Gedrag (GG) en bijvoorbeeld in vernieuwd concept van Machteld Huber. We zijn opgeschoven naar een model waarin kwaliteit van leven, eigen regie en het kunnen omgaan met je aandoening steeds prominenter wordt. Persoonlijke doelen worden centraal gesteld.

We zien allerlei ontwikkelingen rond eigen regie van patiënten, maar zij staan nog op achterstand.

 

 

Jan Benedictus - vervolg

Een patiënt kan pas een actieve rol vervullen bij zijn therapie als hij een goede informatiepositie heeft. Dat wil zeggen: over goede informatie kan beschikken en zelf de zorg die hij krijgt kunnen monitoren. Bijvoorbeeld door reacties op medicijngebruik bij te houden.

De informatie is nog niet voldoende smart voor elke patiënt. We moeten rekening houden met ieders gezondheidsvaardigheden. Thuisarts.nl en Zorgkaartnederland.nl die mensen op een evenwichtige manier informeren, willen we verder uitbouwen.

De zorg is multidisciplinair en dat vergeten we nogal eens. We moeten het zo organiseren dat de informatie voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk is. Patiënten kunnen dan een goed gesprek voeren met hun zorgverlener.

Dat is trouwens nog niet zo eenvoudig. We moeten oog hebben voor verschillen. Iemands gezondheidstoestand kan bepalen of deze patiënt tot een goed gesprek in staat is. We zitten nu in een transitie.

Er zijn al voorbeelden waarbij het IZP wordt opgenomen in het persoonlijk gezondheidsdossier. Dat moet uiteindelijk faciliteren dat de patiënt toegang tot alle bronnen heeft. We willen dit binnen 5 jaar voor elke Nederlander die dit wil en kan realiseren.

Marjolein de Booys
(Zorginstituut Nederland) 

Het generiek IZP als hulpmiddel in de kanteling van ZZ naar GG

Een alwetende dokter en een passieve patiënt plus een sterk aanbodgerichte zorg horen bij het denken in Ziekte en Zorg (ZZ). De dokter bepaalt het middel (pillen en snijden) en doel (genezing) van de zorg en houdt alles bij in zijn eigen dossier. Het zorgdomein blijft beperkt tot de spreekkamer. Dit beeld is aan het kantelen, onder meer omdat we weten dat leefstijl van invloed is op het ontstaan van ziekten.

Bij het beïnvloeden van leefstijl gaat het om interventies die buiten het domein van de spreekkamer vallen. Sterker nog: ze zijn van de patiënt.

Portretfoto Marjolein de Booys

Marjolein de Booys -vervolg

Een andere ontwikkeling is dat de patiënt kiest voor een generalistische benadering, waarbij  ziekte(n) wordt ingepast in zijn leven. Andere middelen zijn nodig om de kantelende relatie tussen arts en patiënt te ondersteunen: het generiek Raamwerk Individueel Zorgplan (IZP). Dat faciliteert persoonsgerichte zorg, met een actieve rol voor de patiënt.

De klachten en de situatie van patiënt (inclusief naaste omgeving) vormen het uitgangspunt van het IZP. Ook wordt gekeken naar zelfmanagement(vaardigheden). Deze gegevens worden aangevuld met diagnostische gegevens en onderzoeksresultaten. Gezamenlijk besluitvorming op basis van persoonlijke doelen is de kern van het IZP.

Het sluit aan bij de generalistische taakopvatting van de zorgverleners in de eerste lijn met aandacht voor Gezondheid en Gedrag (GG). Het IZP bevat geen afvinklijstjes en is geschikt voor domeinoverstijgende zorg. Beperkt van opzet als dat kan, uitgebreid als dat moet.

Zorginstituut Nederland, het NHG en InEen hebben onlangs een samenwerkingsovereenkomst gesloten om samen het IZP te implementeren. De start is eind dit jaar.

Portretfoto Ivo Smeele

Ivo Smeele (NHG)

 

Het IZP is een van de middelen die helpt om persoonsgerichte zorg te verlenen.

Vanuit de praktijk kunnen we een aantal concrete stappen nemen:

  • vooraf
  • tijdens
  • na het consult

Vooraf kan iemand door zelftriage bepalen of hij met zijn klachten wel naar een zorgverlener wil. Hij kan zich op het consult voorbereiden. Op Thuisarts.nl staan bijvoorbeeld keuzehulpen of links naar meer verdiepende informatie.

Ivo Smeele - vervolg

 

Mensen kunnen via een app aan zelfmonitoring doen of hun zelfmanagementvaardigheden in kaart brengen. Deze informatie kan via een veilige verbinding naar de huisartsvoorziening worden gestuurd.

Er ontstaan diverse typen consulten, toegesneden op de persoon. De zorgverlener wordt meer een coach. Het moet mogelijk worden het IZP te uploaden naar het persoonlijk gezondheidsdossier.

Voorwaarden hiervoor zijn:

  • competente zorgverleners die hiervoor tijd hebben
  • zorgmogelijkheden die aansluiten bij de competenties en voorkeuren van patiënten/cliënten
  • ICT-ondersteuning voor patiënten/cliënten en zorgverleners
  • veilige communicatiemogelijkheden

Reacties op pitches uit de zaal 

 

Pieter Jeekel (ZO!)

Voor ZO! is het individueel zorgplan (IZP) van groot belang voor de opschaling van zelfmanagement. ICT en IZP zijn echter middelen om dat doel te bereiken. De nadruk ligt bij patiënten op gedrags-verandering en voor de zorgverlener op het op een andere manier voeren van patiëntgesprekken. Dat vergt training, maar ook dat er tijd vrij wordt gemaakt voor een ander gesprek.

 

 

 

Portretfoto Pieter Jeekel terwijl hij reageert op de pitch

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Eric Veldboer (Commissie Op één Lijn)

Het IZP wordt bijna tot doel verheven. Het doel is echter gezondheidswinst: hiervoor zal de patiënt het gedrag moeten aanpassen. Ter ondersteuning van het IZP zou een behandelovereenkomst getekend moeten worden tussen patiënt en arts. Deze overeenkomst motiveert de patiënt om gedragsverandering daadwerkelijk in te zetten. Daarmee voorkom je dat je veel energie steekt in een patiënt die niet wil. Blijf echter ook goed naar de doelgroepen kijken, een behoorlijk deel van hen is helaas niet te motiveren.

Helena Kosec (Pharos)

Het IZP werkt niet. Het is voor veel patiënten met problemen op meerdere levensgebieden te complex om persoonlijke doelen op te stellen.

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Els Eijssens (Els Eijssens Advies)

In ons onderzoek constateren we dat het ondanks goede pogingen onvoldoende lukte om de patiënt actief en blijvend te betrekken bij hun individueel zorgplan. Bestaande modellen en vragenlijsten daartoe werken niet goed. Goede gesprekstechnieken voor zorgverleners zijn cruciaal. Een projectleider zegt: 'Als één ding duidelijk is, is eht wel dat hierbij training, follow-up en blijvende intervisie voor zorgverleners ECHT nodig is. Zonder dat blijven we steken in kretologie en frustratie.'. 

Nathalie Koopman (Zorgbelang Gelderland en Utrecht)

Bij gezondheidscentra in Nijkerk zijn we bezig met een pilot om het IZP vorm te geven binnen een PGD. De patiënten worden persoonlijk uitgenodigd om deel te nemen. We houden de doelen behapbaar en dat werkt!

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Mieke Rijken (NIVEL)

Het NIVEL maakt een kennissynthese over het gebruik van het IZP. Persoonlijke doelen moeten aansluiten bij wat de patiënt wil en diens situatie, maar juist die informatie ontbreekt vaak in de nu opgestelde IZP's. De zorgverlener moet ondersteuning krijgen om hierover goed met de patiënt te kunnen communiceren. Ook bij de patiënt moet een kanteling plaatsvinden. Dat kan door gewoon aan de slag te gaan met met het IZP; onderzoek laat zien dat patiënten positiever worden over het IZP, als ze ermee bekend raken. Het IZP moet in samenspraak worden ingevuld.

 

 

Thema 4: bekostiging

Impressiefoto van de discussie met de zaal tijdens het vierde thema

Er bestaat behoefte aan kennis over bekostiging van innovaties over de bestaande financieringskaders van de Wlz, de Zvw en Wmo heen. Welke financiële prikkels leiden tot de gewenste substitutie in de zorg? Welke dragen bij aan integratie tussen domeinen? Kunnen we nu al over domeinen heen werken? Met een goed uitgewerkt plan (Businesscase of Businessmodel) is het mogelijk innovaties in de organisatie van de zorg te bekostigen. Er moet wel sprake zijn van schaalgrootte.

Portretfoto Dinny de Bakker

Dinny de Bakker (Nivel/Tranzo)

Volgens een bekende gezondheids-econoom zijn er 3 slechte manieren om zorg te bekostigen: betaling per verrichting, betaling per patient en betaling als salaris. En ik wil eraan toevoegen: betaling naar prestatie, omdat dit leidt tot strategisch gedrag. Het gaat om het vinden van de juiste mix.

De neiging bestaat om het belang van bekostigingssystemen te overschatten. Onderzoek naar de effecten van de veranderende bekostiging van huisartsen in de stelselwijziging van 2006 leert dat deze veel minder groot zijn dan op grond van economisch-rationeel gedrag verwacht mocht worden.

Dinny de Bakker - vervolg

Er bestaat ook nog zoiets als professionele moraal, die al te grote gedragsveranderingen voorkomt als de bekostiging verandert. Mijn boodschap is dat bekostigingsprikkels moeten sporen met wat de professional denkt dat goede patiëntenzorg is. Onderzoek naar substitutie toont aan dat het inderdaad mogelijk is om onder invloed van bekostigingsprikkels zorg te verschuiven van tweede naar eerste lijn. We zien dat in de chronische zorg, spoedzorg en ggz. We zien daarbij dat de kosten in de tweede lijn niet of navenant dalen. De invloed van de eerste lijn daarop is beperkt; alleen via verwijzing heeft de eerste lijn invloed. Wat leren we daarvan?

Committeer je als eerste lijn alleen waar je direct invloed op hebt en de rest kun je alleen via samenwerking regelen. Onderzoek naar substitutie over de grenzen van de Wlz, Zvw en Wmo heen is terra incognita. Hier gelden waarschijnlijk dezelfde lessen. Maar er zijn meerdere financiers dus dat maakt het ingewikkelder. Maak daarom zichtbaar wat de bijdrage van de eerste lijn is door te meten. Een mooi voorbeeld is de inzet van de praktijkondersteuner jeugd-ggz. Met hulp van Nivel Zorgregistraties is in een aantal pilots gedemonstreerd wat deze inzet voor gevolgen heeft voor de huisartsenpraktijk in termen van aantal contacten en wat dat betekende voor verwijzing naar de jeugd-ggz. Tot slot: substitutie kan nooit een doel op zich zijn. Het uitgangspunt moet zijn: de juiste zorg op de juiste plek.

René Bekhuis (CZ)

 

De afgelopen jaren hebben we veel energie gestoken in het organiseren van zorg in de eerste lijn voor chronisch zieken. We hebben met zorggroepen afspraken gemaakt over chronische zorg. Het gaat hier om diseasemanagement. De vraag is of dit ook geleid heeft tot betere zorg voor chronisch zieken.

De verzekerde moet goede zorg ontvangen die aansluit op diens wensen. Maar de ziektegerichte benadering van de chronische zorg heeft als risico dat de zorg gefragmenteerd is. Niet de patiënt staat centraal, maar zijn/haar ziekte.

Portretfoto Rene Bekhuis

René Bekhuis - vervolg

 

Daarom moet het roer om. Het uitgangspunt is persoonsgerichte zorg dicht in de buurt. Vooral voor mensen met multimorbiditeit moet zorg worden geleverd op basis van een eenduidig multidisciplinair zorgplan, met daarin doelstellingen die patiënten tot een ander gedrag aanzetten.

Daar hoort financiering bij die zorgverleners stimuleert tot samenwerking en patiënten tot gezond gedrag. Dat is een hele uitdaging. We zijn bezig met pilots rond financiering op basis van zorgzwaarte of netwerkfinanciering, wel altijd in combinatie met uitkomstfinanciering.

Portretfoto Jurriaan Pröpper

Jurriaan Pröpper (OptiMedis) 

Er is veel dynamiek mede dankzij programma's als Op één lijn.

Hoe krijgen we de schotten weg zodat de energie echt kan gaan stromen?

De financiering is een belangrijk obstakel, omdat de extra inspanningen van zorgverleners onvoldoende gefinancierd worden en betere gezondheid een vermindering van inkomsten betekent. Dat brengt allemaal de nodige frictie met zich mee.

Hoe komen we van perverse prikkels naar ‘op één lijn’ prikkels?

Dat kan door de zorgverleners contractueel samen een deel van de besparingen te geven die verbetering van zorguitkomsten opleveren.

Jurriaan Pröpper - vervolg 


Zoals op een aantal plaatsen al gebeurt, samen met CZ en Zilveren Kruis Achmea. Daar wordt het door het aandeel in de besparingen belangrijk om te kijken naar de echte zorgvraag.

Wat is de oorzaak van de vraag en de motivatie om er iets aan te doen?

Patiënten komen ook echt in beweging wanneer je met hen naar de oorzaken van de zorgvraag in hun gedrag kijkt. Vervolgens wordt scherpere diagnostiek en een individueel zorgplan belangrijk, om met de juiste deskundigheid uit de tweede lijn zorg te voorkomen, of om zorg eerder, beter en dichter bij huis aan te bieden.

Wat is er nodig?

Organisaties moeten transmuraal willen en kunnen gaan samenwerken. Er moet veel meer worden geïnvesteerd in organisaties die dat doen. De hele investering kan jaarlijks worden terugverdiend, zoals onze Duitse zusterorganisatie in Kinzigtal bewijst.

Samengevat: we hebben behoefte aan het integraal, transmuraal en meerjarig contracteren van doelgroepen in lokale en regionale samenwerking tussen de eerste en tweede lijn en met meer voorfinanciering. Niet aan nieuwe DBC’s of prestatiebekostiging van inspanningen, maar uitkomstbekostiging uit de resultaten.

 

 

Reacties op pitches uit de zaal

 

Zilveren Kruis Achmea en De Friesland zijn in gesprek met Lex Maussart om voor een doelgroep een project op te starten. In Nijkerk (gezondheidscentrum Nije Veste) loopt een ander project om aan te tonen dat er zorgkosten worden bespaard met een triple aim contract. 

Lex Maussart (Archiatros en commissie Op één lijn)

Wij zijn erachter gekomen dat als je investeert in de eerste lijn substitutie niet zomaar van de grond komt. Het moet transmuraal, maar dan moet de eerste lijn wel goed georganiseerd zijn om een goede onderhandelingspartner te kunnen zijn en vertrouwen te kunnen wekken. Het werkt alleen in regio’s waar al lang wordt samengewerkt en waar geloofwaardigheid is opgebouwd.

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg

 

Wil van den Bosch (commissie Op één lijn)

We hebben de expertise van de tweede lijn nodig in de eerste lijn om daar de zorg te kunnen leveren, die daar ook beter is. De pijn die kan worden gevoeld door substitutie in de tweedelijns, kan worden verminderd door de expertise uit de tweedelijn in de context van de eerstelijns te gaan toepassen.

Ivo Smeele (NHG)

Huisartsen moeten voldoende tijd hebben om de patiënt goed te kunnen diagnosticeren en te behandelen, en een voldoende lang gesprek te voeren. Ik pleit nog niet voor uitkomstbekostiging.

Reacties op pitches uit de zaal - vervolg


Juriaan Pröpper (OptiMedis)

In Kinzigtal worden huisartsen betaald voor de extra gesprekstijd om hun patiënten te helpen te bepalen waar zij samen met Gesundes Kinzigtal programma's aan willen gaan werken. Huisartsen krijgen door extra begeleidingsinspanningen 15% meer betaald dan collega's uit de 'shared savings' die de programma's opleveren.

Afsluiting: Op weg naar dialoogsturing

Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van Nederlandse ambassadeurs wordt er een gezamenlijke foto gemaakt, om ons land uit te dragen. Dat zouden we voor de eerste lijn ook kunnen doen. We hebben ambassadeurs nodig die vertellen welke gezondheidswinst we voor burgers in de eerste lijn kunnen boeken. Zij kunnen innovatie stimuleren.

Foto van dagvoorzitter Hans Simons en de deelnemers in de zaal terwijl Hans Simons de bijeenkomst afrondt

Er is overeenstemming bereikt over:

  • Urgentie: Hoe vergroten we de urgentie van vraagstukken die nuttig, noodzakelijk en wenselijk zijn?
  • Een landelijke innovatie-implementatie agenda opstellen, met inhoudelijke thema’s die we willen prioriteren. Het moeten thema’s zijn die zorgverleners motiveren om mee aan de slag te gaan. Deze agenda moet over 4 maanden gereed zijn.
  • Er is aanvullend onderzoek nodig, het liefst een goede mix van onderzoek dat innovatie ondersteunt aan de hand van een basisset van kenmerken.
  • Het individueel zorgplan is een middel om persoonsgerichte zorg te verlenen. Hoe krijgen we de volwaardige communicatie hierover tussen zorgverlener en zorgvrager goed tot stand?
  • Een eenduidig begrippenkader opstellen voor soepele communicatie tussen alle betrokken partijen.
  • Het belang om over domeinen heen te werken.
  • Experimenten met bekostigingsmodellen, die sporen met wat de professional denkt dat goede patiëntenzorg is, zijn nodig om innovaties een kans te geven binnen een goed georganiseerde eerste lijn.

Hoe gaat het landschap van de eerste lijn, van de instituties eruit zien? Die zoektocht naar een doelmatige en effectieve infrastructuur moet in de regio’s plaatsvinden. Er is geen hapklaar model voorhanden. We zijn onderweg van een aanbod- en vraagsturing naar dialoogsturing.