Twee jaar geleden is het VN-verdrag handicap in Nederland in werking getreden. De overheid verplicht zich daarmee om te zorgen voor een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. Het gaat om veel meer dan wat aanpassingen. Het verdrag staat voor een mens- en maatschappijvisie.

Ze zitten naast elkaar aan de grote vergadertafel in een zaaltje van het College van de Rechten van de Mens. Ondanks het zomerse weer dragen ze een colbert. Martijn da Costa, ZonMw programmamanager van de clusters Gehandicapten & Chronisch Zieken en Ouderen, heeft ook nog eens een stropdas om. Als er plots een gek geluid klinkt, wijst collegelid Dick Houtzager naar het zonnescherm dat zakt. Al jaren zetten de twee zich in voor de rechten van mensen met een beperking.

De regering was laat met het ratificeren van het ‘Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’, dat al in 2006 tot stand was gekomen. Nederland wilde, net als bij andere verdragen, eerst wettelijke maatregelen wilde nemen om het verdrag ook daadwerkelijk van betekenis te laten zijn, zegt Houtzager. Maar er speelde meer ‘Eigenlijk had het toenmalige kabinet Balkenende geen interesse,’ vertelt Houtzager. ‘Het was niet sexy,’ valt Da Costa in. Houtzager: ‘De regering vreesde dat het een enorme kostenpost zou gaan worden om de samenleving aan te passen. Men had het idee dat alle natuurgebieden geasfalteerd zouden moeten worden.’ Totdat Nederland in 2016, tijdens het kabinet Rutte-II, voorzitter van de Europese Unie werd en het een blamage zou zijn om achter te blijven. Verrast realiseren Da Costa en Houtzager zich opeens: het is nu exact twee jaar geleden dat het VN-verdrag handicap in werking trad. Daarmee heeft Nederland nu een set duidelijke verplichtingen om die rechten na te leven.

Martijn da Costa en Dick Houtzager
Martijn da Costa, ZonMw en Dick Houtzager, College voor de rechten van de mens

‘Heel hardnekkig in de beeldvorming is dat het gaat om het rolstoeltoegankelijk maken van de openbare ruimte en gebouwen,’ zegt Da Costa. Maar het VN-verdrag handicap is veel breder en gaat over de rechten van mensen die fysiek, mentaal, intellectueel of zintuiglijk een beperking hebben. In Nederland geldt dat voor 1 op de 8 mensen. Zij hebben een lichamelijke handicap, zijn doof of blind of kampen met een psychische aandoening. Ook mensen met dyslexie, autisme of een chronische ziekte vallen onder de definitie. ‘In het verdrag staat de autonomie van mensen met een beperking centraal. De samenleving moet rekening met hen houden en zorgen dat iedereen kan deelnemen. Alles wat dat in de weg staat, daar moet je wat aan doen. De samenleving moet echt inclusief worden,’ zegt Houtzager. 

De bewustwording dat het om wezenlijke veranderingen gaat, is nog maar net op gang gekomen.

Voor mensen met een beperking, die vaak met stigma, vooroordeel en achterstelling te maken hebben, was de ratificatie een mijlpaal. ‘Voorheen hadden velen het gevoel dat ze alleen konden vragen om aanpassingen. Maar nu hebben ze het verdrag achter zich staan. Mensen met een beperking kunnen een beroep op hun rechten doen. Het is geen gunst meer,’ aldus Houtzager.

Het betekent werk aan de winkel voor de overheid die zich verplicht heeft te zorgen voor een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen, maar ook voor instellingen en bedrijven. Het verdrag gaat over alle aspecten van het leven: werk, onderwijs, zorg, wonen, vrije tijd. ‘In essentie is het een visie op de samenleving,’ zegt Da Costa. Houtzager vult aan: ‘Natuurlijk ben je blij met fysieke aanpassingen, maar het gaat om meer dan het weghalen van een drempel of het zorgen voor een tekst in braille. Het is een mindset.’ 

De bewustwording dat het om wezenlijke veranderingen gaat, is nog maar net op gang gekomen, stellen beide pleitbezorgers. Neem de discussie die gemeentes voor de zoveelste keer voeren over het toegankelijk maken van stembureaus. Ook hier gaat het niet alleen om liften of hellingen. Momenteel mogen alleen blinden en mensen met een fysieke beperking een begeleider naar het stemhokje meevragen, maar verstandelijk gehandicapten niet. ‘Als College zeggen wij: je mag geen verschil in beperking maken,’ stelt Houtzager. De Kiesraad heeft recentelijk gezegd dat ook mensen met verstandelijke beperking in het stemhokje hulp zouden moeten krijgen. 

Ook wijst Houtzager op het gebrek aan discussie over inclusief onderwijs. In Nederland betekent passend onderwijs dat zoveel mogelijk leerlingen naar het reguliere onderwijs gaan. Als dat niet lukt, kunnen leerlingen bij het speciaal onderwijs terecht. ‘Maar het verdrag zegt dat die splitsing niet mag. Pas nu komt het gesprek daarover op gang bij het ministerie,’ aldus Houtzager.

Een van de belangrijkste bepalingen in het verdrag is wat hem betreft artikel 12: iedereen is gelijk voor de wet. Ook dat zal niet zonder gevolgen blijven. Het betekent dat de samenleving het debat zal moeten voeren over zaken als het onder curatele stellen van mensen, waardoor alle levenskeuzes bij een andere persoon komen te liggen. ‘In mijn visie is dat onhoudbaar.’

Het is niet alleen kommer en kwel. Vooral kleinere gemeenten hebben meer belangstelling voor mensen met een beperking en zijn meer bereid maatwerk te leveren. Er zijn wethouders die er echt voor gaan. Onlangs was Houtzager bij de feestelijke opening van een natuurpoort in Brabant, waarbij de provincie had gezorgd voor een rolstoeltoegankelijk pad en informatie braille. ‘Maar ze vertelden ook hoeveel tijd het allemaal wel niet had gekost,’ aldus Houtzager. 

ZonMw

Hoe doet ZonMw het? ‘Het is ook bij ons een zeer taai proces,’ vindt Da Costa. Het begint al bij de toegankelijkheid van het gebouw. De helling naar de voordeur is erg steil. Er is ook een lift waar je met de rolstoel in kunt rijden en die vervolgens omhoog gaat tot het plateau bij de entree. ‘Maar die lift doet het vaker niet dan wel,’ vertelt Da Costa. Er staat bovendien een bordje bij: als de lift het niet doet, meldt het bij de receptie. ‘Dit is de paarse krokodil ten top,’ stelt Da Costa. 

Het blijkt lastig om de gehele organisatie te doordringen van de plichten die het VN-Verdrag met zich meebrengt. Rechten van mensen met een beperking zijn niet alleen relevant voor het cluster Gehandicapten en Chronisch Zieken waarvan Da Costa programmamanager is, maar voor alle dertien clusters bij ZonMw. ‘Je moet er in alle programma’s rekening mee houden dat het VN-verdrag het referentiekader is. Het betekent dat elke subsidieoproep er aan moet voldoen.’ In zijn overleg met P&O heeft hij het ook over het aannemen van mensen met een beperking. 

‘Ik ben blij dat ZonMw er zoveel energie in stopt om het verdrag handen en voeten te geven en echte verandering te bewerkstelligen.'

Lunchbijeenkomst

Om het gesprek vlot te trekken en de bewustwording te bevorderen, zal Da Costa na de vakantie een lunchbijeenkomst over het VN-verdrag handicap organiseren. ‘Ik ga er in mijn eigen organisatie bovenop zitten. Uiteindelijk, als het goed is, wordt het straks allemaal zo vanzelfsprekend dat het een automatisme is om inclusief te denken,’ zegt Da Costa.

Houtzager is verheugd: ‘Ik ben blij dat ZonMw er zoveel energie in stopt om het verdrag handen en voeten te geven, en echte verandering te bewerkstelligen. Daar kunnen velen een voorbeeld aan nemen. Want nu zie je dat het balletje pas gaat rollen als de organisatie geconfronteerd wordt met een klacht, of als een medewerker toevallig iemand kent met een beperking en zich gaat inzetten.’

Monitoren

Het College voor de Rechten van de Mens heeft een monitoringfunctie. Om te zien of het verdrag concreet tot verandering leidt in het dagelijkse leven van mensen met een beperking, doet het College onderzoek naar de leefgebieden: arbeid, onderwijs en zelfstandig wonen en deelnemen aan de samenleving. Het eerste onderzoeksrapport komt in september uit. 

‘Het proces is in werking gesteld en dat wil ik positief waarderen. Organisaties zijn verplicht om veranderingen door te voeren, waarbij zij veel ruimte hebben om het op hun eigen manier te doen. Maar als over een paar jaar blijkt dat het proces stagneert of te langzaam gaat, zal het College pleiten voor meer stringente wetgeving om aanpassing af te dwingen,’ zegt Houtzager. 

Aan het einde van het gesprek geeft hij een paar rode actiekaartjes waarop met grote letters staat: ‘Iedereen doet mee.’ Het is onderdeel van de campagne van het College voor de Rechten van de Mens waarbij mensen en teams worden opgeroepen een eigen poster of foto te maken en deze op social media te delen om te laten zien dat zij het belangrijk vinden dat mensen met een beperking meedoen aan de samenleving. Da Costa lacht: ‘Prachtig! Die ga ik bij ZonMw uitdelen!’

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheids-onderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Redactie: Tjitske Lingsma      

Fotografie: Sannaz Moghaddam

Gerelateerd

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website