Elke gemeente gebruikt vrijwilligers om mensen in schuldhulptrajecten extra begeleiding te kunnen bieden. Hoe effectief is dat eigenlijk? Docent-onderzoeker Ben Boksebeld van Hogeschool Saxion vergeleek dossiers van schuldhulpvragers met en zonder begeleiding van vrijwilligers. Dankzij de praktische steun van de vrijwilliger blijken mensen minder stress te krijgen en meer grip op hun financiën.

Gemeenten hebben sinds 2012 de wettelijke plicht mensen met problematische schulden een adequaat hulpaanbod te doen. Mensen die schulphulp aanvragen krijgen in principe hulp van beroepskrachten, via schuldregeling en budgetbeheer. Een deel heeft aanvullende begeleiding nodig. Die krijgen ze van vrijwilligers, omdat de hulp anders onbetaalbaar wordt. Nederland telt 340 organisaties voor vrijwilligers in de schuldhulpverlening, vaak afdelingen van de landelijke organisaties Humanitas en Schuldhulpmaatje.

Vier aanbevelingen voor gemeenten

  • Ondersteuning aanbieden door vrijwilligers zorgt voor (iets) meer aflossing van schulden, meer overzicht en minder stress bij cliënten.
  • Bied vrijwilligers de ruimte om waar nodig  – tijdelijk – de regie van cliënten over te nemen. Dat biedt rust en ruimte. Daarna kan de cliënt het zelf weer oppakken.
  • Betrek als beroepskracht de vrijwilligers bij je aanpak, hou hen op de hoogte en respecteer vrijwilligers om hun kennis en vaardigheden.
  • Maak vaker gebruik van schuldsanering waarbij de Stadsbank een lening verstrekt en laat vrijwilligers vervolgens de nazorg doen. Zo leren cliënten ook weer sparen en een buffertje aan te leggen om herhaling van problemen te voorkomen.

Wat kwam er uit het onderzoek?

‘Een aanvraag waar een vrijwilliger bij betrokken was duurde gemiddeld genomen veel langer dan  een traject waarbij geen gebruik werd gemaakt van een vrijwilliger. Dat lijkt niet effectief, maar vrijwilligers worden vaak pas ingeschakeld wanneer de schuldhulp dreigt te stagneren. Het tijdverschil ontstaat in de fase dat de cliënt de benodigde papieren moet aanleveren. Door de begeleiding van vrijwilligers blijven ze dan wel in het schuldhulptraject. En het opleidingsniveau van mensen met hulp van een vrijwilliger lag gemiddeld genomen lager. Voor zover wij dat konden nagaan, want dat stond niet standaard in het dossier, hadden ze veel vaker alleen basisschool of zelfs helemaal geen formele opleiding. De groep die begeleiding krijgt van vrijwilligers lijkt dus gemiddeld genomen kwetsbaarder. Toch doet deze groep het zeker niet slechter dan de andere. Deze mensen doen het zelfs een klein beetje beter.’

‘We weten dat stress mensen “dommer” maakt, vergeetachtiger, ongeconcentreerder’

Op welke gebieden?

‘Ze losten 2,4 maal meer af dan tevoren door de Stadsbank was berekend, tegen 1,6 maal meer door mensen die alleen begeleiding van een professional hadden. Dat was niet te verklaren door het verschil in afloscapaciteit bij de start en moest dus een andere oorzaak hebben. We hebben het niet onderzocht, maar het zou kunnen dat de vrijwilliger ook als aanjager van participatie fungeert. En mensen die begeleid werden door vrijwilligers vielen minder vaak uit, al was dit verschil statistisch niet significant. Verder vonden we tussen beide groepen aan het einde van het traject nauwelijks verschil in financiële zelfredzaamheid. Ze waren allebei vooruitgegaan, maar mensen die begeleid werden door een vrijwilliger noemden andere aspecten, zoals de administratie op orde houden en besef van de ernst van de situatie. De andere groep noemde vooral vooruitgang met budgetteren, bewust plannen en inkopen doen.’

Over het onderzoek

Boksebeld vergeleek in zijn onderzoek dossiers uit 2014 en 2015 van schuldhulpvragers met en zonder begeleiding door vrijwilligers. De dossiers kwamen van de Stadsbank, die in Oost-Nederland de schuldhulpverlening voor 22 gemeenten verzorgt. In de 2000 aanvragen uit die jaren werden 84 dossiers gevonden waarbij naast een professionele hulpverlener een vrijwilliger betrokken was. Daar zijn evenveel andere dossiers bij gezocht die vergelijkbaar waren qua schuldenlast, gezinssamenstelling en leeftijd van de aanvrager. Daarnaast zijn ook vrijwilligers, coördinatoren en aanvragers van schuldhulp geïnterviewd.’

Wat heeft het onderzoek geleerd over de begeleiding van de vrijwilligers?

‘Dat het niet zozeer om gedragsverandering gaat, al ligt daar in de training wel vaak de nadruk op. De cliënten waardeerden het achteraf vooral dat de vrijwilliger tijdelijk de regie overnam en zei: “Kom, we gaan samen de post uitzoeken, toeslagen aanvragen…” Ze zeiden: die vrijwilliger bracht rust en overzicht; toen ik dat eenmaal had, kon ik het weer zelf. Dat noemden ze doorslaggevend. Je moet als vrijwilliger niet alle verantwoordelijkheid overnemen, maar cliënten blijken soms erg geholpen te zijn met heel praktische ondersteuning. De behoefte daaraan moet je niet afdoen als gemakzucht van de cliënt. We weten dat stress mensen “dommer” maakt, vergeetachtiger, ongeconcentreerder. Dus het kan een goed begin zijn om die stress te verminderen door orde op zaken te stellen. Om de cliënt te vragen: aan welke hulp heb jíj behoefte? En om wanneer je verantwoordelijkheden bij de cliënt legt, uit te leggen waarom je dat doet en te vragen wat de persoon van jou nodig heeft.’

Ben Boksebeld

Ben Boksebeld is docent-onderzoeker bij de hogeschool Saxion. Hij vindt het jammer dat veel gemeenten schuldproblematiek nog steeds vooral als een financieel-technisch probleem benaderen. ‘De ondersteuning van cliënten door vrijwilligers is niet alleen een middel om kosten te besparen. Effectieve inzet van vrijwilligers vraagt aandacht en tijd van beroepskrachten. Anders raak je ze kwijt en moet je voortdurend nieuwe mensen opleiden. Daar mag meer aandacht voor komen.’

 

Wat viel er verder op?

‘Dat mensen het schuldhulptraject afrondden zonder spaargeldbuffer vind ik zorgelijk. Veel mensen zeiden dat ze daar de mogelijkheden niet voor hadden. Toch konden ze meer aflossen dan vooraf gepland. Er zijn ook oplossingen te bedenken om sparen mogelijk te maken, zoals sanering van de schuld. Bijvoorbeeld doordat de Stadsbank de mensen een lening verstrekt om de schulden in één keer af te lossen. Dat is ook voor schuldeisers vaak aantrekkelijk, want dan kunnen ze het dossier sluiten. De cliënt lost af aan de Stadsbank, maar vergroot in de loop van de tijd zijn afloscapaciteit. Dat verschil kan hij sparen. Een vrijwilliger zou nazorg kunnen bieden, zodat mensen wat begeleiding krijgen bij het omgaan met het spaargeld.’

Eén lijn trekken

‘Het is heel belangrijk dat vrijwilligers en schuldhulpverleners goed samenwerken. Het kan zo maar gebeuren dat een vrijwilliger in conflict komt met een hulpverlener omdat hij of zij het opneemt voor een klant terwijl die de hulpverlener simpelweg verkeerd begrepen heeft. Probeer dat te voorkomen door goed onderling contact en samen één lijn te trekken.’

Zijn er verschillen in aanpak bij de vrijwilligers?

‘Jazeker! Dat is ook nodig. Sommige mensen zijn erg “leerbaar”, andere hebben veel langer begeleiding nodig. De best werkende aanpak varieert per cliënt. Daarom is een breed aanbod belangrijk. Maar de minste tijd investeerden de vrijwilligers in gedragsverandering, ongeacht hun organisatie. Daarna kwam belangenbehartiging. Praktische ondersteuning scoorde het hoogst.’

U constateert een hoog verloop onder vrijwilligers. Hoe is dat tegen te gaan?

‘Veel vrijwilligers zijn wat ouder en hebben een financiële achtergrond, met veel kennis en vaardigheden. Zo moet je ze als beroepskracht ook benaderen. Ze willen zich gewaardeerd voelen en zich blijven ontwikkelen. Betrek hen bij je aanpak door ze op de hoogte te houden van wat jij doet en door voortgangsbesprekingen. Als je niet genoeg investeert in de relatie met de vrijwilliger, kan het mislopen. Zie ze als partner! En neem ze serieus.’

Vakkundig aan het werk

Om gemeenten beter op weg te kunnen helpen, voert ZonMw op verzoek van het ministerie van SZW en in nauwe samenwerking met Divosa, VNG, UWV en VWS het kennisprogramma Vakkundig aan het werk uit. Dit programma levert kennis op voor gemeenten om de dienstverlening op het terrein van Werk en Inkomen te verbeteren. Onder meer over effectieve aanpakken om vergunninghouders te ondersteunen in het krijgen en behouden van regulier betaald werk.

Meer weten?

Bovenstaand artikel is een bewerking van een artikel geschreven door Veronique Huijbregts voor de ZonMw-Mediator 41, aangevuld met delen uit een eerder artikel voor de ZonMw-brochure Wat werkt in jouw praktijk?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website