Voor zorgprofessionals in de langdurige zorg is het niet altijd makkelijk om de juiste weg te vinden in de financiering van deze zorg voor hun thuiswonende cliënt. Welke wet is wanneer van toepassing? En hoe verantwoord je dat?

Om (wijk)verpleegkundigen en verzorgenden hierbij te ondersteunen, heeft het Van Kleef Instituut een website en e-learning ontwikkeld, waarmee in 2017 de Zichtbare schakel-prijs werd gewonnen. Recent zijn deze vernieuwd. 3 betrokkenen vertellen over deze update en over de worstelingen met al die verschillende wetten.

Als iemand verpleging en zorg thuis nodig heeft, dan stelt de wijkverpleegkundige een indicatie. Dat betekent ook goed beoordelen welke zorg vergoed wordt uit welke wet: de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)? Voor de Zvw kan de wijkverpleegkundige de indicatie namelijk zelf afgeven, voor de 2 andere wetten is er een adviserende functie richting het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) respectievelijk de Wmo adviseur. Een hele verantwoordelijkheid, want een verkeerde keuze kan nare gevolgen hebben voor de cliënt én de zorgorganisatie. En dan is er sinds de invoering van de wetten in 2015 ook nog van alles veranderd. Denk aan nieuwe financieringsmogelijkheden om extra uren aan te vragen als een oudere zorg thuis krijgt van de Wlz. Tijd dus om (wijk)verpleegkundigen, maar ook verzorgenden te helpen met het bijspijkeren van hun kennis.

Portretfoto Annemarie Klaassen

Annemarie Klaassen, programmamanager bij het Van Kleef Instituut vertelt: ‘De lijst van noodzakelijke aanpassingen op de website en e-learning paste niet meer op A4’tje; het was dus echt tijd om ze aan te passen. Zorgverleners vinden de wetgeving nog altijd ingewikkeld en dat begrijp ik. Hoe regel je de overgang van de Zvw naar de Wlz? Hoe stem je af tussen Wmo en Zvw? Dat zijn maar enkele zaken waar ze tegenaanlopen. Op onze website vinden zorgverleners daarom allerlei filmpjes, informatie en tips, en met de e-learning kunnen ze zich de materie nog meer eigen maken.’

‘Het is als zorgprofessional niet alleen belangrijk om de juiste kennis van de zorgwetten te hebben, maar ook om de juiste taal te spreken’

Worsteling met wetten

Irene Baten heeft alle teksten op de website inhoudelijk aangepast. Ze is eigenaar van bureau 3B Zorgadvies, concernadviseur bij Zorginstelling Laurens én werkzaam op de Hogeschool Rotterdam als projectleider en onderzoeker. Ze kan er dus zowel vanuit de praktijk als het onderwijs naar kijken. Irene: ‘Professionals worstelen soms met schijnbaar eenvoudige vragen als “Mijn patiënt heeft problemen met eten, waar vraag ik hulp aan?”. Maar in complexe casussen is het soms enorm zoeken uit welk potje je de beste zorg of ondersteuning kunt aanvragen.’

Portretfoto Irene Baten

E-learning erg leerzaam

Ludi Mulder, verzorgende Individuele Gezondheidszorg (IG) bij Zorginstelling Laurens in Rotterdam en ambassadeur voor verzorgenden herkent dat.

‘Ook al geef ik als verzorgende geen indicatie af, ik ben wél degene bij wie een cliënt als eerste aanklopt. Je wilt dan niet met je mond vol tanden staan. Erg fijn dus dat de website vernieuwd is en dat ik de e-learning kon doen.

Ik vond die overigens nog best pittig en heb hem uiteindelijk met een collega gedaan. Dat was fijn, want er ontstonden goede discussies over casussen uit de praktijk.

Mijn collega snapte in eerste instantie niet waarom een bepaalde cliënt niet terug kan van de Wlz naar de Zvw. Ons gesprek zette haar aan het denken. Erg leerzaam voor ons allebei dus.'

Portretfoto Ludi Mulder

Kennis bij studenten

‘Ook mbo- en hbo-studenten lopen in de praktijk opeens tegen de verschillende wetten aan’, vertelt Irene. ‘Ze hebben geleerd om te kijken naar de behoefte van cliënten en daarop in te spelen. Nu moeten ze tijdens hun stage in de wijkzorg of na hun studie ook weten uit welk financieel potje ze hun aanvraag moeten doen. Vroeger was er 1 pot voor de wijkzorg: die van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Nu heb je er 3. Docenten realiseren zich gelukkig wel dat dit een belangrijk thema is voor in de praktijk en behandelen het nu steeds vaker in hun lessen.’

‘Het is soms enorm zoeken uit welk potje je zorg of ondersteuning kunt aanvragen’

De juiste taal spreken

‘Het is overigens als (wijk)verpleegkundige en verzorgende niet alleen belangrijk om de juiste kennis te hebben over wetten, maar ook om de juiste taal te spreken’, gaat Irene verder. Voor de zorgverzekeraar is zelfredzaamheid en eigen regie bijvoorbeeld heel belangrijk, bij de Wmo ligt de nadruk op de participatie. Goed om daar rekening mee te houden, want zo kun je de aanvraag van jouw cliënt sterker overbrengen. Het helpt ook als je als wijkverpleegkundige of verzorgende aansluit bij een zogenoemd keukentafelgesprek.’
Ludi vult aan: ‘Mijn cliënten hebben vaak geen kennis over al die wetten en laten zich snel overdonderen tijdens zo’n gesprek met een Wmo-adviseur. Het is goed als er dan iemand bijzit die die kennis wel heeft en met de cliënt kan meedenken.’

Workshops

Naast de vernieuwde website en de e-learning kunnen zorgprofessionals in het netwerk van het Van Kleef Instituut ook nog een workshop volgen om hun kennis en kunde bij te spijkeren.
Annemarie: ‘In mei was de eerste workshop. We hebben daar de basis nog een keer herhaald en ook allerlei casussen uit de praktijk behandeld. De deelnemers waren enthousiast over de workshop, maar hadden meer vragen dan we in de beschikbare tijd konden bieden.
Daarom organiseren we in oktober nog een workshop. Wat ons betreft sluiten ze dan opnieuw aan en gaan we aan de slag met complexe casussen, zoals ‘Wat doe je als de familie van een cliënt het niet eens is met de indicatie die je als wijkverpleegkundige afgeeft, omdat de eigen bedrage dan hoger wordt.’’

Meer kennis is beter contact

Met het updaten van de website, de e-learning en de workshops hopen Annemarie en Irene dat zorgprofessionals de bomen door het bos weer gaan zien. ‘Uiteindelijk betekent meer kennis een beter afgestemde zorg voor je cliënt’, zegt Irene. ‘En dat is natuurlijk waar je het voor doet.’

3 tips voor de juiste ondersteuning in de langdurige zorg

  • Bereid je goed voor als zorgprofessional en spreek de taal van degene die je tegenover je hebt (Wmo, Wlz, Zvw)
  • Schroom niet om de regie te pakken en een discussie aan te gaan met bijvoorbeeld de gemeenteambtenaar wanneer jouw cliënt niet de zorg dreigt te krijgen die nodig is
  • Heb je zelf geen ruimte/kennis om een cliënt voldoende te ondersteunen, wijs diegene dan op het bestaan van de cliëntondersteuner (onder andere werkzaam bij de gemeente, MEE en Wlz)

Redactie Kim Nelissen (tekstbureau KimTikt), eindredactie ZonMw

Meer informatie

Relevante links

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website