Gemeenten verwachten eigen regie, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van jongeren en jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking. Voor velen van hen is dit te veel gevraagd.

Inhoud

Kortdurende subsidie voor gemeenten

Vanuit het programma Gewoon Bijzonder kregen 11 projecten een kleine subsidie. Met deze subsidie konden gemeenten, samen met onderzoeksinstellingen, onderzoeken welke vorm van zorg en ondersteuning waardevol is voor mensen met een licht verstandelijke beperking en hoe dit aanbod zo toegankelijk mogelijk kan worden gemaakt.

VN-verdrag handicap

Wat hebben deze projecten opgeleverd als we ze in het licht houden van de thema’s van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap? Volgens het VN-verdrag moeten mensen met een beperking volledig deel kunnen uitmaken van de maatschappij, onder andere door zelf te kunnen bepalen waar zij wonen en door toegang te hebben tot de zorg en ondersteuning die nodig is. 
 

In het VN-Verdrag staan de volgende 8 thema’s centraal:

  • Cultuur, sport en vrije tijd
  • Toegankelijkheid en mobiliteit
  • Werk en inkomen
  • Gezondheid en Zorg
  • Zeggenschap en eigen regie
  • Onderwijs en ontwikkelen
  • Deelname aan politiek en openbare leven
  • Zelfstandig leven 

De 11 gefinancierde projecten vallen grofweg onder 3 van deze 8 thema’s. Wij lichten de resultaten toe aan de hand van deze 3 thema's, in drie verschillende publicaties.

Deel 1 ging over zelfstandig leven. Dit is deel 2; toegankelijkheid. Deel 3 gaat over eigen regie. 

 

Deel 2: toegankelijkheid

Bij dit thema gaat het om de toegankelijkheid van openbare ruimten, gebouwen en het vervoer voor mensen met een beperking. Maar het gaat ook om de toegankelijkheid van diensten, informatie, persoonlijke mobiliteit en het gebruik kunnen maken van hulpmiddelen.

Amsterdam toetst effectiviteit e-learning 

Mensen die een beperking hebben die niet duidelijk zichtbaar is, kunnen op veel onbegrip stuiten op het moment dat zij deelnemen aan de samenleving. Veel gemeenten bieden nog onvoldoende passende ondersteuning aan mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze groep mensen wordt niet altijd herkend door medewerkers van gemeenten. Daardoor kunnen mensen met een LVB in de problemen komen.

Twee van de 11 kortdurende projecten richtten zich op scholing van professionals. Zo onderzocht de gemeente Amsterdam de effectiviteit van een gratis e-learning module ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet’ voor loketmedewerkers en vrijwilligers. Doel van deze e-learning is meer bewustwording creëren over mensen met een niet-zichtbare beperking (zoals een LVB) én het verbeteren van de communicatie met deze groep mensen. Door de e-learning op effectiviteit te onderzoeken, kijkt de gemeente Amsterdam of ze de dienstverlening aan mensen met een niet-zichtbare beperking kan verbeteren. 

Johan de Vries, beleidsadviseur Zorg bij de gemeente Amsterdam is tevreden over het resultaat. ‘De e-learning module blijkt een goede aanleiding om het gesprek aan te gaan over de sociale toegankelijkheid van voorzieningen. Naar aanleiding van dit onderzoek wordt de module aangepast en van een goede handleiding voorzien.’ De vernieuwde versie van de e-learning is eind 2018 klaar. Begin 2019 besteden we hier opnieuw aandacht aan op deze website.

Impact versterken door meerdere werkvormen

Om de impact van de e-learning module voor medewerkers van de gemeente te versterken is het aan te bevelen om gebruik te maken van aanvullende werkvormen. Dit is een essentiële voorwaarde om medewerkers nog meer bekwaam te maken. De verschillende werkvormen staan in de afbeelding schematisch weergegeven. Daaronder staat een toelichting van de werkvormen.

afbeelding

Toelichting werkvormen

Wat kunnen andere gemeenten van dit onderzoek leren?

Professionals die in algemene voorzieningen (scholen, gemeenteloket, hulpverlening of gezondheidszorg) werken, herkennen mensen met een LVB vaak niet of te laat. Dit heeft negatieve gevolgen voor de communicatie en niet-passende reacties op de ondersteuningsvraag. Relatief veel van deze jongeren belanden in het justitiële circuit. Leren herkennen en vroegsignaleren van jongeren met een LVB voorkomt erger. 

Producten

Gewoon Bijzonder in Apeldoorn

Ook in de gemeente Apeldoorn is er aandacht voor herkenning en vroegsignalering van mensen met een LVB. Professionals die met jongeren en (jong)volwassenen werken volgden hier een training vroegsignalering, om mensen met een LVB beter te kunnen herkennen. Doel is dat medewerkers van de gemeente deze inwoners beter kunnen ondersteunen bij het vinden van een passend antwoord op bij hun hulpvraag. Een belangrijk onderdeel van de training, opgezet door het Landelijk Kenniscentrum LVB, is het betrekken van ervaringsdeskundigen. Na afloop bleek dat de kennis van professionals over wat een LVB is, is toegenomen. Dit gaven de deelnemers zelf ook aan. Ze hadden het gevoel dat zij na de training beter wisten hoe zij het beste kunnen communiceren met mensen met een LVB en hoe zij een LVB kunnen herkennen.

Volgens de deelnemers geeft de training houvast in praktijksituaties. ‘Het is een kapstok waaraan je je vragen kunt toetsen. En je hebt meer mogelijkheden om je onderbuikgevoel te kunnen onderbouwen’, zo luidde één van de reacties na afloop. Tijdens terugkomsessies bleek dat het er vooral om gaat ervaring op te doen. Zelfs als bekend is dat er sprake is van LVB, betrappen medewerkers van de gemeente zichzelf erop dat ze te moeilijke woorden gebruiken. De training creëert dus bewustwording. Ook was het een eye-opener dat het aantal mensen met een LVB veel groter is dan van tevoren gedacht.

'Je hebt meer mogelijkheden om je onderbuikgevoel te kunnen onderbouwen’

Wat kunnen andere gemeenten van dit onderzoek leren?

Bij gemeenten is herkenning en ondersteuning van jongeren met LVB vaak nog onvoldoende. Dit is ook het geval bij partners van de gemeente, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Door deze training vroegsignalering te volgen kunnen problemen in de communicatie met deze groep voorkomen worden.

Product

Handreiking vroegsignalering 

Taal voor allemaal in Maastricht

Ook het taalgebruik van gemeenten sluit vaak onvoldoende aan bij jongeren en jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking. Gemeentemedewerkers praten en schrijven meestal in te moeilijke taal. Te moeilijk voor burgers die moeite hebben met lezen. Daarom paste de gemeente Maastricht het taalgebruik in enkele brieven aan. Zo willen ze ervoor zorgen dat jongeren en jongvolwassenen die moeite hebben met lezen deze brieven ook snappen. 

De methode die Maastricht gebruikt bij het herschrijven van de brieven is ©Taal voor allemaal van Xavier Moonen. Met deze methode wordt de kern van een tekst geschreven op het laagste leesniveau. De regels gaan ook over bijvoorbeeld lettergrootte, regelafstand en uitlijning.

Jongeren en jongvolwassenen met leesproblemen vervulden zelf belangrijke rollen binnen het project. Bijvoorbeeld als adviseurs van de projectgroep en als testers van de brieven. Hun reacties op de brieven waren waardevol en leerzaam. Zij gaven aan dat zij de aangepaste brieven beter begrepen. Het project laat zien dat het omzetten van brieven naar een eenvoudiger taalniveau, in samenwerking met de gebruikers, een verbetering is. 

‘Folders boeien me niet. Dat gooi ik meteen weg.’

Wat kunnen andere gemeenten van dit onderzoek leren?

Met deze methode kan de gemeente haar informatie begrijpelijk maken voor inwoners die een laag leesniveau hebben. Dit kan in brieven, maar ook bijvoorbeeld in de huisstijl doorgevoerd worden. 

Daarnaast zijn er in dit project animatiefilmpjes gemaakt die gaan over de bijstand. Het zijn 3 aparte filmpjes met ondertiteling. Deze filmpjes dienen als toelichting op de brief die mensen ontvangen als ze een bijstandsuitkering krijgen. Omdat het een erg lange brief is, is gekozen voor een extra toelichting door middel van filmpjes.

Product

De filmpjes zijn begin 2019 beschikbaar. 

‘Zeg toch gewoon wat je bedoelt. Al die dure woorden. Dat is gewoon bekakt.’

Gerelateerd

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website