Zo kijken ervaringsdeskundigen naar het VN-verdrag

Zo kijken ervaringsdeskundigen naar het VN-verdrag

Nederland heeft het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap in 2007 ondertekend, maar nog steeds niet geratificeerd. Dat betekent dat het in Nederland nog niet in werking is, en dat er nog altijd wetten en beleid van kracht kunnen zijn die op gespannen voet staan met dit verdrag. Op 21 januari stemde de Tweede Kamer in met het Verdrag; de hoop en verwachting is dat de Eerste Kamer snel zal volgen. Wat gaat ratificatie van het VN-verdrag in de praktijk betekenen?

Drie betrokkenen laten hun licht schijnen over de betekenis van het VN-Verdrag. Een gesprek met Conny Kooijman, directeur van LFB Nederland en beleidsondersteuner van Ieder(in), Henriëtte Sandvoort, ervaringsdeskundige trainer van de LFB en tevens lid van de programmacommissie van het ZonMw-programma Gewoon Bijzonder en Jeanet Wardenier, ervaringsdeskundig medewerker van de LFB Wolvega en van Coalitie voor Inclusie.

Henriëtte Sandvoort
Henriëtte Sandvoort
Conny Kooijman
Conny Kooijman
Drie mensen vergaderen aan tafel
Jeanet Wardenier
Jeanet Wardenier
Sinds wanneer zijn jullie al bezig met het VN-Verdrag?

Alle drie de dames zijn al jaren bezig met de aanloop naar ratificatie van het VN-Verdrag, zoals we het kortheidshalve zullen noemen.

Henriëtte volgde enkele jaren geleden een training van Ieder(in) over het VN-Verdrag. Sindsdien verzorgt zij presentaties en trainingen over de betekenis van toegankelijkheid en over het VN-Verdrag, en ze neemt deel aan beleidsoverleg van de LFB over deze onderwerpen. Over het debat in de Tweede Kamer, dat zij zelf bijwoonde, vertelt ze: ‘De meeste kamerleden zeiden dat ze het VN-Verdrag belangrijk vonden, en dat het goed is als er beleid en wetten over worden gemaakt. Dat meenden ze ook wel, maar het waren toch verhalen van politici. Toen kamerlid Otwin van Dijk aan het woord kwam, merkte je ineens dat er iemand uit eigen ervaring sprak. Dan wordt het een verhaal over meedoen, en niet over wetten en regels. Dan zie je meteen hoe belangrijk ervaringsdeskundigheid is!’

Jeanet is met het onderwerp bezig sinds ze in 2012 bij de LFB Wolvega ging werken. Ze verzorgt presentaties en gastlessen op scholen over inclusie van mensen met een beperking.

Voor Conny was het startpunt de VN-werkconferentie in Den Haag in 2009. Zij heeft aan verschillende evenementen en samenwerkingsverbanden meegewerkt. Namens de LFB zit zij in de Alliantie voor de Implementatie van het VN-Verdrag, waarin verder Ieder(in), LPGGz, Per Saldo en de Coalitie voor Inclusie zijn vertegenwoordigd.

Hebben jullie voorbeelden van onderwerpen die in Nederland nog niet goed geregeld zijn, en waarvoor het VN-Verdrag nét het zetje kan betekenen dat we nodig hebben voor verbetering?

Nou en of de vrouwen voorbeelden hebben! Het openbaar vervoer is nog verre van goed toegankelijk. En dan hebben we het niet alleen over rolstoelers, benadrukt Jeanet: ‘Mensen denken bij het woord “gehandicapten” vaak meteen aan rolstoelers, maar elke groep gehandicapten heeft zijn eigen ov-problemen.’ ‘Klopt’, vult Conny aan. ‘Voor mensen met een verstandelijke beperking is het gebruik van de ov-chipkaart echt lastig.’ Henriëtte: ‘En voor mij is het een ramp om die uitcheckpalen te vinden, doordat ik een visuele beperking heb.’

Stemmen bij verkiezingen, ook zo’n onderwerp dat beter geregeld moet worden.

Conny: ‘Je krijgt in het stembureau een heel behangvel met namen erop. Dat is echt niet te doen. Ook niet als je jezelf goed hebt voorbereid, en weet op wie je wilt stemmen.’

Jeanet: ‘De letters zijn ook te klein. Ze denken natuurlijk: als we de letters groter maken, dan worden die formulieren nóg groter. Nou, dan moet er dus een andere oplossing gevonden worden. Daar is echt wel iets op te bedenken.’

Conny: ‘Het zou goed zijn als mensen met een verstandelijke beperking ook ondersteuning van het stembureau krijgen, net als slechtzienden. Ze zijn bang dat we dan teveel beïnvloed worden, maar dat is echt wel op te lossen.’

Als het VN-Verdrag wordt geratificeerd, voor wie is er dan werk aan de winkel?

De vrouwen zijn het roerend eens: eigenlijk voor iedereen. Gemeenten, beleidmakers, inrichters van openbare ruimten, architecten, schooldirecties, werkgevers, beheerders van openbare voorzieningen, horeca-ondernemers, industriëlen… En allemaal hebben ze ervaringsdeskundigen nodig om erachter te komen wat eraan schort om iedereen mee te kunnen laten doen in de samenleving. De LFB kan daarbij helpen!

Conny en Jeanet hebben allebei ervaring met het ministerie van VWS. Conny: ‘Ik had een gesprek over de digitale overheid. Dan merk je dat het echt indruk maakt als je vertelt over de ervaring van mensen.’ Jeanet: ‘Ik heb er stage gelopen. En ik heb hetzelfde meegemaakt. Alles wat we als ervaringsdeskundigen zeiden werd goed genoteerd en aan de staatssecretaris doorgegeven. Ze waren er echt blij mee.’

Henriëtte: ‘Het gaat vaak over geld natuurlijk. Maar niet alleen over geld. Op veel plaatsen moet er een omslag komen in het denken. En we moeten zorgen dat geld minder belangrijk wordt. Als iemand met een beperking echt niet op zijn plek is bij de dagbesteding of op zijn werkplek, dan zit hij vaak muurvast. Iemand zonder beperking zou denken: ik ga solliciteren, ik zoek wat anders. Bij gehandicapten gaat dat vaak niet, omdat dat de instellingen geld kost. Dus ze laten je niet zomaar gaan. Dat zou anders moeten. Mensen moeten op zoek kunnen naar de beste plaats voor hún mogelijkheden, talenten en interesses. Gemeenten zouden daar toezicht op moeten houden, dat de Wet sociale werkvoorziening (WSW) niet de inkomsten, maar de mensen het belangrijkste maakt.’

Laten we eens dromen. Stel: het VN-Verdrag wordt geratificeerd. En overal zouden mensen beseffen dat ze ervaringsdeskundigen zouden moeten vragen wat er moet veranderen… wat zou dat betekenen voor de LFB?

Conny: ‘Daar bereiden we ons nu op voor. Ik maak een lijst met knelpunten. Daar kunnen bijvoorbeeld gemeenten mee aan het werk. Maar als iedereen ineens snapt wat er moet gebeuren, dan moeten wij onszelf ook ontwikkelen. We hebben dan meer leer-werkstudenten, trainers en coaches nodig. Want dan wordt de LFB een belangrijk expertisecentrum.’ Jeanet: ‘Dan zouden we ook gewoon in loondienst moeten komen. Het is wél normaal om ICT-ers te betalen als je die nodig hebt voor een project. Maar als ze óns nodig hebben, dan moet het ineens “met behoud van uitkering”. Dat is niet eerlijk, dus dat moet veranderen. Dat zou een mooi begin zijn.’