Nadat Bram (90) een beroerte kreeg tijdens een vakantie, was zijn doel: alles weer kunnen doen zoals hij dat voorheen deed. Fietsen, zwemmen, duiken, autorijden, maar vooral: weer kunnen zeilen. Dat ging met vallen en opstaan. ‘Ik viel twee keer – maar ik ben ook wel honderd keer niét gevallen!’ Over dat vallen en opstaan schreef hij een brief aan zijn kleindochter, Nienke.

'Ik viel twee keer, maar ben ook wel honderd keer níet gevallen.'

Lieve kleindochter,

Toen ik 75 jaar geleden op de gemeentelijke hbs van mijn leraar Nederlands de opdracht kreeg een opstel te maken met als titel: ‘Ik blader in mijn dagboek’, zat ik met de handen in het toenmalige haar. Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ik had er een week de tijd voor, dus de eerste dagen deed ik er niets aan. De laatste twee dagen achtervolgde die opdracht me, totdat ik spontaan ben gaan schrijven, in de veronderstelling dat het niets zou worden.

Toen het lesuur daar was, begon mijn leraar zonder inleiding voor te lezen. Tot mijn schrik en verbazing merkte ik na een minuut dat het mijn opstel was! Hij gaf me er bijna het hoogst mogelijke cijfer voor - niet het hoogste, want het wemelde van fouten met leesteken etc. Ik weet het nog als de dag van gisteren.

Deze brief aan jou schrijf ik 75 jaar na mijn inspirerende ervaring omtrent mijn opstel. Lieve Nienke, ik ben inmiddels 90 jaar en in de periode tussen ‘opstel’ en nu ben ik alweer zo’n 60 jaar getrouwd. Oma was minstens 40 jaar actief in het onderwijs, terwijl ik na een korte studie geneeskunde eenzelfde tijd werkte in de elektrotechniek, als vertaler en trainer/manager in computertechniek. Na pensionering heb ik een viertal jaar goudsmeden gedaan, maar mijn passie lag echter bij het water: zeilen!

We hadden beiden een actief bestaan. Dat werd echter abrupt onderbroken toen ik 2,5 jaar geleden, op een maandagochtend in Zwitserland, merkte dat het niet goed ging. Ik bleek een bloedprop in mijn rechter hersenhelft te hebben. Ik was halfzijdig links verlamd en kon niet spreken. Vooral dat laatste was voor mij een verpletterende ervaring. Ik had het geweldige geluk dat dit alles gebeurde in de buurt van een kliniek, waar de bloedprop werd verwijderd. Een geweldige prestatie waar ik in dankbaarheid aan terugdenk.

Toen de revalidatie begon werd gevraagd wat mijn doelen waren. Ik was me ervan bewust dat ik nogal optimistisch was door te verklaren dat ik wilde dat alle verrichtingen van vóór de beroerte weer terug moesten keren. Ik wilde weer kunnen fietsen, zwemmen, duiken, autorijden en... zeilen! Kortom, ik wilde weer mobiel zijn.

Het is naïef te geloven dat ik weer de oude zou worden, maar toch... Ik heb in die periode de (enigszins aangepaste) dichtregels van Paul van Vliet als lijfspreuk beschouwd: 

Ik geloof in de mensen
Die bergen verzetten
Die door blijven gaan met hun kop in de wind
Ik geloof in de mensen
Die met vallen en opstaan
Blijven geloven
Met het geloof van een kind

Over dat vallen en opstaan wil ik je wat vertellen. Ik kwam in een warwinkel terecht van hoop en wanhoop. Ik werd overstelpt met goede raad en waarschuwingen voor rampen door overbezorgde naasten. Dat leverde spanning op als ik dat niet wilde accepteren. In mijn hoofd was ik constant met mezelf bezig en ik leerde veel in die periode. Ik leerde welke vrienden goed waren en welke niet. Ik raakte ook  vrienden kwijt. Niet omdat ze overleden, maar gewoon omdat ze wegbleven. Ik miste ze niet. In plaats daarvan leerde ik weer fietsen. Ik viel twee keer, maar ben ook wel honderd keer níet gevallen.

Ik heb veel geleerd in die periode. Ik heb ook genoten van achterkleinkinderen, die met anderhalf jaar met veel vallen en opstaan zijn gaan lopen en ’praten’. Geweldig! Ik heb ontdekt dat ik maar enkele échte vrienden heb.

Inmiddels fiets ik, zwem ik en rijd ik auto, en ook zonder Tom Tom raak ik de weg niet kwijt. Ik weet dat de tand des tijds aan mij knaagt. Het horen en zien is me we ietwat vergaan, maar met gehoorapparaten en ooglenzen uit de trukendoos gaat het. Mijn wekelijkse fysio levert me trucen op voor balans en kracht. We doen dat in groepsverband, en dat inspireert, evenals de docenten!

Eerlijk gezegd vind ik het leven een interessante en fijne bezigheid. Ik heb leven gekregen. Waarvoor en van wie? God mag het weten. Vooral de laatste tijd heb ik het gevoel dat ik het te leen heb. En het geleende moet je eens weer teruggeven, ongeschonden en goed onderhouden!

Lieve kleindochter, ik wil eindigen met de laatste regels van Paul van Vliets gedichtje waar ik het eerder over had.

Ik drink op het beste
Van vandaag en van morgen
Ik drink op het mooiste waar ik van hou
Ik drink op het maximum wat er nog in zit
In vandaag en in morgen
In mij en in jou!

Je grootvader,
Bram Lepelaar

oudere man op zeilboot
Bram Lepelaar op zijn zeilboot. Foto: eigen archief

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon
Auteur Bram Lepelaar
Foto Header: Shutterstock. Portretfoto: eigen archief

© ZonMw 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website