Ieder jaar wordt er in de tuin van Dagbesteding Bartiméus in Doorn een grote legertent opgezet. Daar kamperen mensen die doof én blind zijn een paar dagen in de achtertuin, samen met hun begeleiders. Christel is één van die begeleiders. Zij vertelt wat er allemaal komt kijken bij zo’n bijzonder kampeeruitje.

Hoe zijn jullie op het idee gekomen om met de cliënten te gaan kamperen?
‘We zijn vier jaar geleden begonnen met een outdoor project. Toen zijn we met 3 cliënten gaan wadlopen op Schiermonnikoog. Het is zó leuk om intensief bezig te zijn met de cliënten, want je merkt ook gewoon dat ze eigenlijk veel meer aankunnen dan je in het dagelijks leven met ze doet.

We vonden het leuk om dit met meer mensen te doen. Dus we zeiden tegen onszelf: eigenlijk moeten we het outdoor gevoel een beetje naar onszelf toe halen. En toen zijn we begonnen met kamperen, achter in de tuin.’

grote tent in een tuin
De legertent waar de cliënten in kamperen

Meer over Christel

Wat doe je in het dagelijks leven?
‘Ik werk als coördinerend begeleider bij dagbestedinglocatie De Bies. Dat is dagbesteding voor doofblinden in Doorn.'

Waar kom je vandaan?
‘Ik woon nu in Zeist, maar ik kom uit Urk. Ik deed een opleiding en moest dus stage lopen. En ik dacht: “Ik vind het wel leuk om eens verder te kijken dan alleen maar de Noordoostpolder.” Ik kende mensen uit Urk die bij Bartiméus werkten en via hen is het balletje gaan rollen. Ik kon er stage lopen en toen dat klaar was mocht ik blijven voor vakantiewerk. Toen heb ik nóg een stage gedaan en toen kreeg ik meteen een baan aangeboden. Dan is de keuze snel gemaakt natuurlijk!’ 

Wat zijn jouw plannen voor de zomer?
‘Ik ga op vakantie naar Frankrijk, heel luxe in een huisje.’
 

Hoe ging dat eerste weekend? 
‘Het was heel leuk! We hebben de eerste keer een barbecue georganiseerd, waar alle woningen en alle ouders en cliëntenvertegenwoordigers voor uitgenodigd werden. En dat was heel leuk. We zeiden: nou, dat moeten we een beetje blijven doen! En nu kamperen we nog steeds. 

We zijn begonnen met het huren van een kleine legertent, die we met behulp van de vaders hebben opgezet. Dat was nog best wel een klus. Nu hebben we dankzij de mariniers die bij ons in de buurt zitten een legertent, die ze ook nog voor ons komen opzetten in de tuin. Ze nemen ook veldbedjes mee, dan is het ook echt een weekje kamperen.’ 

'Als de cliënten gaan slapen, vertellen we ze over het kamperen. En doordat we het elk jaar herhalen weten ze: “Ah, daar heb je die tent weer, dan gaan we leuke dingen doen!”'

Hoe vond jij het kamperen?
‘Het beviel ontzettend goed, het is een soort van vakantie op je eigen werk! We merken dat het kamperen goed is voor de samenhorigheid. Weet je, doofblinde mensen hebben niet zo’n besef van andere mensen om zich heen. Gezellig samen zijn kennen ze dus niet heel erg. Je ziet bij dit soort evenementen dat ze toch wel merken dat ze met heel veel mensen zijn. En ze hebben er ook echt lol in.’

Wat komt er allemaal bij de organisatie kijken?
‘Je moet natuurlijk niet te ver van tevoren gaan beginnen met de voorbereidingen. Want anders denken cliënten: “Wanneer gaan we nou?!” Meestal beginnen we een week van tevoren met de voorbereidingen voor het kamperen, dan zetten we al wat kleine tenten neer. Dan kunnen cliënten de tenten voelen, dan blazen we de luchtbedden op en dan mogen de cliënten er ook eten als ze willen. En als ze gaan slapen vertellen we ze uitgebreid over het kamperen. Dat is voor sommige cliënten best abstract, maar doordat we het elk jaar herhalen weten ze: “Ah, daar heb je die tent weer, dan gaan we leuke dingen doen!”'

veldbedden in een grote legertent waar mensen in slapen
Cliënten in de tent tijdens het kamperen

Naast de cliënten voorbereiden moet je natuurlijk ook boodschappen doen, uitnodigingen versturen en activiteiten organiseren. Gelukkig hebben we daar groepjes voor, waarin iedereen een eigen taak heeft. Maar dat moet je wel naast het gewone werk doen.’

Wat voor activiteiten organiseren jullie? 
‘Dit jaar zijn we ook weer gaan quad rijden. Dat is natuurlijk hartstikke stoer, en dat is voor de cliënten ook een hele ervaring, want je bent én buiten én het ding trilt hartstikke hard én rijdt hard.’

‘Je zal niet aan alle cliënten kunnen merken of ze het kamperen leuk vinden, maar de cliënten die dat kunnen laten merken, laten dat ook wel zien.'

Hoe vonden de cliënten het? 
‘Je zal niet aan alle cliënten kunnen merken of ze het kamperen leuk vinden, maar de cliënten die dat kunnen laten merken, laten dat ook wel zien. Er wordt dan bijvoorbeeld gevraagd of we volgend jaar wéér in de tent gaan slapen. Ze kennen nu ook de gebaren voor “tent”, “slapen in de tent” en “buiten eten”, en ze vragen vaak wanneer het weer zover is. Dat zijn wel de kleine signalen dat ze het kamperen waarderen.

We hadden nu een groepje van 11 cliënten die bleven slapen, die wilden ook niet meer terug. Toen het kamperen woensdag om half 1 afgelopen was, wilde een cliënt niet terug naar de woning. Hij wilde niet het gebaar voor “groep” maken en bleef zitten op de bank.'

Hoe communiceer je eigenlijk met mensen die doof én blind zijn? 
‘Daar gebruiken we gebaren voor. Die maken we tactiel – bijvoorbeeld op iemands hand – zodat ze dat kunnen voelen. Tijdens het kamperen gebruiken we ook andere middelen, zoals een slaapverwijzer. Als deze aan het bed hangt weet deze cliënt dat het tijd is om te gaan slapen.’ 

Leren ouders die gebaren ook?
‘Voorheen is dat eigenlijk nooit zo geweest. Maar we merken nu dat ouders van jongere cliënten die gebaren óók willen leren. Dat is ook heel logisch. Want cliënten kunnen hier bij Bartiméus wel allemaal nieuwe gebaren leren, maar als ouders daar niet in meegenomen worden, dan mis je een stuk communicatie. Daar is Bartiméus nu mee bezig, binnen het project ‘Vertel het!’.

We hebben één cliënt die meedoet aan het project, waarvan we het gevoel hadden dat hij iets wilde zeggen, maar niet zo goed wist hoe. Hij kon niet praten en geen gebaren maken. Nu kan hij beperkt gebaren maken, maar het is wel een klein beginnetje waardoor hij zich beseft: “Ik kan met mijn handen iets zeggen! En als ik iets zeg, dan geeft er iemand antwoord.” We hopen dat het gebruik van de gebaren zich verder gaat ontwikkelen door ‘Vertel het!’, en dat cliënten ook meer kunnen aangeven wat ze willen.’

Laatste vraag: ga jij zelf eigenlijk nog kamperen deze zomer? 
‘Nee, helaas niet, want ik vind kamperen wel heel leuk! Ik ga volgend jaar wel weer mee kamperen in de achtertuin! We zitten er wel aan te denken om voor volgend jaar iets anders te verzinnen, om het een beetje spannend te houden.’

Over het project 'Vertel het!'

In het project 'Vertel het!' - of 'Tell it!' - krijgen ouders, begeleiders en leerkrachten van mensen met beperkingen in zien én horen gedurende twee jaar een nieuw ontwikkelde training. Door de training leren ze de kinderen en volwassenen communiceren via gebaren die je kunt voelen. Vertel het! wordt gefinancierd vanuit het programma InZicht.  

ZonMw stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. ZonMw financiert gezondheidsonderzoek en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis - om daarmee de zorg en gezondheid te verbeteren. ZonMw heeft als hoofdopdrachtgevers het ministerie van VWS en NWO.

Colofon

Auteur Lucinda van Ewijk
Foto's Eigen archief
 

© ZonMw 2019

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: Onderkant website